Lezen: Genesis 12: 9 t/m Genesis 13: 4  Abraham dl. 2: De beproeving
12: 9 Steeds verder reisde Abram, in de richting van de Negev.  10  Toen brak er in het land hongersnood uit. Abram trok naar Egypte om daar als vreemdeling te verblijven, want de hongersnood was zwaar. 11 Toen hij op het punt stond Egypte binnen te trekken, zei hij tegen zijn vrouw Sarai: ‘Luister, ik weet heel goed dat jij een mooie vrouw bent. 12 Als de Egyptenaren je zien, zullen ze zeggen: “Dat is zijn vrouw,” en dan doden ze mij en laten ze jou in leven .13 Zeg daarom dat je mijn zus bent…

De reis van Abram is begonnen. Wanneer God roept is dat niet een reis in een rechtstreekse lijn van A naar B. Het is een weg vol omwegen. Al vanaf het begin is het een reis met onderbrekingen en tussenstops. We kunnen ergens neerstrijken, maar ook weer de impuls voelen om verder te treken en door te gaan. Onbevangen geloof is een blijvende oefening om telkens opnieuw de handen naar Boven te heffen.  Voor Abram betekende het breken met de aantrekkingskracht van Ur en gaan leven als een nomade. Soms is de reis een beproeving. Omdat we gekozen hebben een andere weg in te slaan dan de rest, alsof we tegen de stroom in zwemmen. De beproeving is er niet om aan God te bewijzen hoe gelovig we zijn, maar het is God die juist aan ons laat zien in hoeverre we echt op Hem vertrouwen.

De eerste beproeving die Abram moest ondergaan is schaarste. Abram is nog maar pas in Kanaän of er breekt hongersnood uit.  Alle voedsel begint op raken en de bagage wordt een last. Wat nu?
Een beproeving is altijd een kruispunt. We hebben gekozen om op weg te gaan met God, en nu gebeurt dit of dat en de vraag is: ‘Blijven we vertrouwen? Ook wanneer we gebrek lijden, of niet meer het overzicht hebben, of wanneer we werkelijk niet meer weten wat te doen. Blijven we vertrouwen op God?’

Hoe Abram met deze crisis omgaat is niet echt een schoolvoorbeeld voor ons. Alsof Abram een ruk aan het stuur geeft, van koers verandert,  richting Egypte.  Egypte is niet aleen een geografische afdaling, maar ook een ‘geestelijke’ afdaling. Vlakbij de grens van Egypte vraagt Abram zich toch nog af of dit nu wel zo’n  beste keus was. We horen Abram voor het eerst spreken: ‘‘Luister, ik weet heel goed dat jij een mooie vrouw bent, Als de Egyptenaren je zien, zullen ze zeggen: ‘Dat is zijn vrouw,’ en dan doden ze mij en laten ze jou in leven . Zeg daarom dat je mijn zus bent…’

Waar is Abram mee bezig? Alleen maar met zichzelf. Dan zullen ze mij doden, dan zal het met mij goed aflopen,  komt mijn leven niet in gevaar. Hij ziet het gevaar alleen voor zichzelf, maar niet voor zijn vrouw. Wat Abram verwacht, gebeurt ook. Saraï is niet zomaar een vrouw, maar een mooie vrouw.

Het is eigenlijk opnieuw het verhaal van de zondeval: Zien, willen en nemen. Saraï wordt opgemerkt en bij de farao aangeprezen, die haar vervolgens opneemt in zijn huis.  Immers, de grootste drama’s zijn allemaal begonnen met de gedachte: ‘Het leek zo’n goed idee’.
Maar midden in de puinhoop van Abram breekt God in en stuurt het hele gebeuren bij in de goede richting.  God draait het hele verhaal om, en redt Abram van zichzelf. God treft farao en zijn hof met zware plagen om  wat er gebeurd was met Abrams vrouw Sarai. Farao stelt terecht zijn vragen, waarom is Abram niet eerlijk geweest? Abram staat met een mond vol tanden, hij geeft geen antwoord, want die is er niet. Farao handelse deels uit onwetendheid en gebiedt nu zijn mannen Abram en zijn vrouw veilig het land uit te begeiden. 

Waar ging het nu mis? Abram is niet in contact met God geweest in het moment van cris. Dát is er mis. We horen hem niet bidden, niet vragen, we zien niet dat hij God zoekt. Wanneer ook wij in een crisis-moment  komen en denken: ‘Dit is een goed idee’, dan is het verstandig om tijd te nemen om God te zoeken en tot Hem te bidden. We kunnen zomaar de verkeerde afslag nemen en ons op een doodlopende weg bevinden. Daarom: ‘Heer, wat is Uw weg?’