Lezen Mattheüs 3: 1 t/m 17:   de doop van Jezus
13 Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden.
14 Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?’
16 Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor Hem en zag Hij hoe de Geest van God als een duif op Hem neerdaalde.
17 En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.’

Johannes heet niet voor niets Johannes de Doper en hij heeft het druk. Uit Jeruzalem, uit heel Judea en de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe. Ze hebben ademloos geluisterd, niet alleen met hun oren, maar nog belangrijker, met hun hart. Ze kwamen tot geloof en beleden hun zonden om daarna door Johannes gedoopt te worden in de Jordaan.

Maar dan komt Jezus om gedoopt te worden. Johannes is verward en verzet zich, moet hij Jezus dopen? Dat is toch werkelijk de omgekeerde wereld.  De Meester zou de leerling moeten dopen, in plaats van de leerling de Meester.
Jezus zelf denkt daar duidelijk heel anders over: Hij wil gedoopt worden. Waarom wil Jezus dat Hij gedoopt wordt?  Hij is immers de Messias. Jezus is toch wel de laatste die Zich moet bekeren, Hij is zonder zonde en is uit God geboren.  Bovendien na Zijn geboorte, toen er acht dagen verstreken waren, werd Hij besneden en kreeg Hij de naam Jezus. Waarom moet Jezus Zich nu laten dopen?

Jezus zelf geeft het antwoord: Om de gerechtigheid te dienen, om de gerechtigheid tot vervulling te brengen. Wanneer wij denken aan gerechtigheid dan gaan onze gedachten al gauw uit naar het recht,  naar datgene wat de wet ons voorschrijft.  We hebben rechters, een rechtbank, we vinden het belangrijk dat er recht wordt gesproken als er dingen behoorlijk zijn misgegaan. Dat doet iets met ons. Maar wat bedoelt Jézus met gerechtigheid?

In de tijd van Jezus werd met gerechtigheid bedoelt dat je leefde naar Gods geboden, dat je tijdens je leven op aarde volledig wil doen wat God van je vraagt.  Bij Jezus krijgt dat wel een heel bijzondere betekenis:  Als Jezus de gerechtigheid wil dienen dan wil Hij volledig doen in Zijn tijd op aarde wat God van Hem vraagt: Waarom?  Omdat er recht kan worden gesproken, omdat er behoorlijk veel dingen mis zijn gegaan.

Jezus gaat nog een stapje verder: Hij wil niet alleen de gerechtigheid dienen, maar ook vervullen. Hoe? Door Zich te laten dopen, door zich één te maken met zondaars.  Hij iden-tificeert zich met mensen zoals jij en ik.  En dat is wat Jezus daar doet. Hij identificeert zich aan de ene kant met mensen die Zich moeten bekeren,  aan de andere kant ook met al die mensen die hun zonden hebben beleden bij Johannes en hebben besloten om hun hart aan God te wijden.

Maar er is nog meer: Jezus liet de Vader zien dat Hij bereid was om Gods weg te gaan.  De doop van Jezus is een voorproef van Zijn dood aan het kruis. En dan gebeurt er iets indrukwekkends: Uit de hemel klinkt een stem: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.  En de Geest van God daalde neer als een duif op Hem. De doop van Jezus is daarom ook een zalving van de Heilige Geest.

Zalven is in het Oude Testament een manier om iemand te heiligen. Mensen die gezalfd zijn, zijn bestemd voor de dienst aan God. Doordat de Geest van God op Jezus neerdaalde werd Hij door God aangesteld als Zijn gezondene, als Zijn gezalfde, als de Messias. Daarom verbindt de doop der dopen, de doop van Jezus, zich met onze doop.  Want de nieuwe mens mag in Jezus’ Naam zijn oude ik loslaten en zich verbinden met Hem.