Lezen: Mattheüs 5: 14 t/m 16 – De Bergrede  dl.8
14 U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. 15 En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. 16 Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Stond in de brief van 5 juni het zout centraal, nu willen we stilstaan bij het licht. Een heel mooi voorbeeld is een leeslamp. Deze lamp is reuze handig als je een boek wilt lezen en het is donker in de kamer. Je kunt naast de lamp gaan zitten, het boek pakken en willen lezen,  maar als je de stekker niet in het stopcontact steekt zal het donker blijven en kunnen we geen woord lezen. De lamp zal toch van stroom moeten worden voorzien, om te branden en tot licht te zijn zodat we vervolgens kunnen lezen.

Op deze manier mogen ook wij, als Gods kinderen, schijnen voor de mensen. Maar vanzelfsprekend zullen ook wij de stekker van het geloof in het stopcontact moeten steken. Ook wij zullen van ‘stroom’ moeten worden voorzien als wij zichtbaar willen zijn om Gods licht zo te laten schijnen dat God wordt verheerlijkt en om het verschil te maken.

‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet, en een licht op mijn pad’ (Ps.119:105) Gods Woord helpt ons om onze eigen lamp brandende te houden voor de mensen om ons heen. Daarom wordt Jezus ook het ‘Licht van de wereld’ genoemd. Het wordt duidelijk waarom Jezus zegt: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ Het is niet zo moeilijk voor ons om Jezus te zien als het licht dat schijnt in onze menselijke duisternis.  Als Gods kinderen weten wij het verschil. Jezus heeft het voorbeeld gegeven hoe groot Gods liefde is, en in navolging van Jezus mogen wij eveneens het voorbeeld geven hoe groot deze liefde is.

De uitspraak van Jezus dat wij het licht van de wereld moeten zijn doet ons denken aan Jesaja 42:6 ‘In gerechtigheid heb Ik, de HEER, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met het volk en maak je tot een licht voor alle volken,’ Wat bedoelt Jezus? In de eerste plaats dat wij op Jezus moeten vertrouwen, Hij wil ons bij de hand nemen en ons behoeden. Ander woord voor behoeden is beschermen, beschutten of bewaken. Bovendien heeft Jezus ons de Heilige Geest beloofd toen Jezus naar de hemel is gegaan.  En de Heilige Geest is op aarde en blijft op aarde totdat Jezus terugkomt op de wolken. De Geest is ons tot hulp.

Ten tweede bedoelt Jezus dat wij moeten omzien naar onze medemens. We hoeven niet te stralen als de middagzon, maar wel als de opkomende zon ’s morgen vroeg die het licht aankondigt. Het hoeven geen grote daden te zijn, kleine daden spreken ook van Gods licht, als we ons warm willen maken voor onze naaste in nood. We moeten wijzen naar het grote licht dat Christus is, en ondertussen zelf een lichtje zijn. We moeten stralen, zichtbaar zijn, al is het niet meer dan de schijnsel van een olielampje. Zelfs schemerlampen geven sfeervol licht. We hoeven niet te stralen als de zon die heel de aarde verlicht en verwarmt.  Maar vaak is het al voldoende als wij een beetje licht brengen in het leven van mensen. Ook hoeven we niet te stralen als een vuurtoren die zeelui de weg wijst of als een fakkel die alleen bij feestelijke gelegenheden wordt ontstoken. Bedenk dat een zwak, maar constante licht al een grote hulp is voor mensen die, om wat voor reden dan ook, in de duisternis lopen.  God wil ons inzetten. Zijn inzet was Zijn Zoon. Wie dit gelooft en belijdt komt in actie.  Jezus wijst ons de weg wij  hoeven enkel en alleen in geloof te volgen en het licht vindt zijn weg….