Opnieuw willen we stilstaan bij de muziekinstrumenten in de Bijbel die werden gebruikt om God groot te maken, evenals wij dat ook willen doen. De snaarinstrumenten en de slaginstrumenten zijn inmiddels bekend (zie brief 2 sept), nu aandacht voor de blaasinstrumenten, maar ook voor onze eigen stem. 

Blaasinstrumenten: de ramshoorn, de fluit en de trompet.
De ramshoorn is een van de oudste muziekinstrumenten van Israël. Een ramshoorn werd gemaakt van de hoorn van een schaap, en werd gebruikt in oorlogstijd en bij belangrijke godsdienstige gelegenheden. Het instrument was een soort trompet, die werd gemaakt van de hoorn van een volwassen mannetjesschaap. Door een klein stukje van de punt af te snijden ontstond er een instrument waarop men drie noten kon laten horen. Op de ramshoorn werd op twee belangrijke momenten gespeeld, namelijk in oorlogstijd en op feestdagen: Men blies op een ramshoorn om te waarschuwen bij gevaar. Als de ramshoorn tijdens een veldslag klonk, betekende dat een oproep tot de strijd, of het was een teken om terug te keren naar huis. Bij verschillende godsdienstige gelegenheden blies men eveneens op de ramshoorn om op te roepen tot bijv. boetedoening, op de Grote Verzoendag, maar ook tijdens de zalving van een koning werd er op dit instrument geblazen. Ook noemt de Bijbel het feest van de nieuwe maan en volle maan: Psalm 81: 2 Jubel voor God, onze sterkte, juich voor de God van Jakob, 3  zing een lied en sla de tamboerijn, speel op de harp en de lieflijke lier, 4  blaas op de ramshoorn bij nieuwemaan en bij vollemaan voor onze feestdag,

De fluit was een geliefd instrument en werd gemaakt van hout, riet of hoorn. Bij vreugde en feesten, zang en aanbidding werd er op de fluit gespeeld.  Psalm 150: 4 ‘…loof Hem met dans en tamboerijn, loof Hem met snaren en fluit.’

De trompet komt waarschijnlijk oorspronkelijk uit Egypte en werd gemaakt van metaal. Volgens  Numeri 10:2 moesten er zelfs twee gemaakt worden van zilver. Deze trompetten waren bedoeld om het volk  bij elkaar te roepen, om te waarschuwen voor gevaar, maar ook om het sein te geven tot het opbreken van het legerkamp. Uit opgravingen is bekend dat de trompet zo’n 40 cm lang was, met een lang smal deel, uitlopend in een soort wijde beker. Na de ballingschap werd de trompet vooral gebruikt door de priesters in en rond de tempel. Psalm 98: 6 ‘Blaas op de ramshoorn en de trompetten, juich als de HEER, uw koning, verschijnt.’

Onze stem:
Psalm 98: 1. Zing voor de HEER een nieuw lied: wonderen heeft Hij verricht. Zijn rechterhand heeft overwonnen, Zijn heilige arm heeft redding gebracht. We worden opgeroepen om te zingen en dat is niet zonder reden.  Zingen is een hele goede manier om het vertrouwen in God uit te spreken en is ten diepste verbonden met onze adem, en daarmee met het leven zelf. Als we zingen heeft dat een reden: er is iets dat ons beroert of raakt en ons vervolgens tot zingen aanzet.  Dat maakt, dat wanneer we zingen, het een uiting is van allerlei gevoelens: we kunnen zingen van dankbaarheid, van blijdschap.

Zingen kan ook een uiting zijn van hoop, als iemand dwars door zijn tranen heen, tegen het donker in, toch van Gods Glorie en Licht wil zingen. Het gaat dan vaak om liederen die we ons in  vrolijker tijden eigen hebben gemaakt, die vertrouwd zijn, die herinneringen hebben gegeven toen het leven mooi en goed was. De liederen zijn als het ware een medicijn die gebruikt worden tegen ons eigen gemoed en verdriet. Maar welk lied we ook zingen, ons lied heeft een adres. Zoals je op een envelop een adres schrijft,  zo richt ons lied zich hoorbaar tot Iemand.  Alles wordt ingezet, de muziekinstrumenten,  maar ook onze eigen stem tot eer en lof van God.