In de zomerweken willen we stilstaan bij allerlei interessante wetenswaardigheden uit de Bijbel.
Er valt zoveel over het paard uit de Bijbel te vertellen, vandaag dl. 1 over het paard.

Een paard is een prachtig dier. Een van de mooiste dieren die er zijn en bijzonder nuttig voor de mens, zeker in de tijd van de Bijbel. De paarden zijn nu vervangen door auto’s met een hoeveelheid aan pk’s.In het Hebreeuws wordt een paard soes genoemd. Soes komt 140 keer voor in de Bijbel, waarvan één keer in de vrouwelijke vorm soesah, dat is een merrie. In het Grieks wordt een paard hippos genoemd, dat verklaart meteen waarom een manege ook wel een hippisch centrum wordt genoemd. 

Een paard mocht men nooit offeren. Paarden zijn in de Bijbel het symbool van moed en dapperheid. Oorspronkelijk waren er praktisch geen paarden in Israël. De aartsvaders reden op muildieren, ezels, kamelen en dergelijke.   De paarden hielden de gemoederen wel bezig, want Mozes maakte, namens de HEERE, een speciale  ‘koningswet’  bekend. Allerlei geboden voor de eventuele toekomstige aardse koning. Een van de geboden in de koningswet was, dat  als er een koning zou komen in Israël, hij niet veel paarden mocht bezitten: ‘Maar de koning mag voor zichzelf niet veel paarden aanschaffen en het volk niet laten terugkeren naar Egypte om veel paarden aan te schaffen, omdat de HEERE tegen u gezegd heeft: U mag nooit meer langs deze weg terugkeren.’ (Deut. 17:16.)  De reden hiervoor was dat de paarden vooral in Egypte werden gefokt, want Egypte was beroemd om zijn paarden. Dit betekende ook dat men  terug zou moeten gaan naar het land waaruit ze bevrijd waren om de paarden op te halen. Dat is in strijd met de belofte en opdracht om niet terug te keren.

In de tijd van Salomo waren paarden al behoorlijk ingeburgerd in Israël. Salomo had 12.000 ruiters en 1400 wagens. Hoeveel paarden hij had is onbekend, maar hij had veel paardenstallen. Dit is bekend omdat overblijfselen daarvan zijn opgegraven in Megiddo (knooppunt van oude handelsroutes tussen Egypte en Mesopotamië). Salomo heeft de koningswet overtreden, want hij voerde zijn paarden vanuit Egypte  in voor maar liefst 150 zilver sikkels. Paarden waren dus ook een teken van rijkdom. 

In de Bijbel komen de volgende soorten paarden voor: Sierpaarden, legerpaarden, trekpaarden,  ren- en rijpaarden, sleeppaarden en afgodspaarden.

Sierpaard: In  Hooglied 1:9 vergelijkt de koning zijn bruid met een merrie, die ingespannen is voor een wagen van Faraö.  ‘Mijn vriendin, Ik vergelijk u met de paarden voor de wagens van de farao’  De paarden voor Faraö’s wagens waren de mooiste die er leefden: slank, glanzend, schoon, sierlijke leden, prachtige staart en manen. Dit was een groot compliment voor de bruid.  In geestelijk opzicht heeft het een diepe betekenis: de bruid van Christus is mooi in haar innerlijke geestelijke schoonheid, puur en zuiver.

De koning prijst zijn bruid nog meer: ‘ 10 Lieflijk zijn uw wangen tussen de kettinkjes, en uw hals met de parelsnoeren. 11 Wij zullen gouden kettinkjes voor u maken met zilveren knopjes.’  Natuurlijk waren deze paarden voorzien van een gareel,  toom en gebit, oogkleppen, en leidsels waardoor ze geschikt waren voor de wagens. De paardenspan in zijn geheel werd versierd met gouden en zilveren sieraden.  In geestelijk opzicht betekent dit dat we geliefd zijn en de Bruidegom laat dit merken. Op onze beurt mogen we aan iedereen laten merken  dat we Christus toebehoren, laat onze ogen mogen stralen en laat een glimlach onze mond sieren om Jezus.

Ook worden in Zacharia 14 versieringen van paarden genoemd: 20 ‘Op die dag zal op de bellen van de paarden staan: HEILIG VOOR DE HEERE.’  Het sluit aan bij de sierpaarden uit Hooglied.  We zijn onderweg naar de toekomst en eens vieren we bruiloft met het Lam…