Onze eigen hart is de ontmoetingsplaats, de woonplaats, met de Heilige God. Zo eindigde de bemoediging van 23 september. De voorwerpen in het Heilige maken dit nog meer duidelijk. Na de voorhof komen we in het voorste gedeelte van de tabernakel: Het Heilige
Het reukoffer-altaar: alleen de hogepriester mocht een welriekend reukoffer brengen om God te eren en te behagen. Na het offer van Jezus hebben wij nu een Hogepriester in de hemel. Jezus brengt een reukoffer dat bestendig en duurzaam is. Het verschil is Jezus geen reukwerk offert van geurige kruiden zoals in het Oude Testament. Jezus offert aan Zijn Vader een reukwerk van geurige mensen. Paulus schrijft in 2 Kor. 2: 15: ‘Door Christus te verkondigen zijn wij als wierookgeur die God behaagt.’ Wij zijn zelf het reukoffer dat God behaagt, als we anderen laten merken hoe belangrijk Jezus in ons leven is en dat voelen we in ons hart.
De gouden kandelaar: ‘ Maak een kandelaar van zuiver goud. De schacht moet zes zijarmen hebben: drie aan de ene kant en drie aan de andere kant (Ex. 25: 31,32)’. Hoe de kandelaar er precies heeft uitgezien, weten we niet. In ieder geval werden er zeven lampen in gezet. Het is het heilig getal van de volheid, de compleetheid. Alles is volbracht. De kandelaar is het licht van God. Zeven vurige fakkels branden voor Gods troon, schrijft Johannes na een visioen. (Openb. 4:5).
De tafel der toonbroden: God wilde dat het volk besefte dat Hij Zijn dagelijkse gaven uit de hemel liet neerkomen. God liet brood, het manna, uit de hemel regenen en Hij liet weten: Je zult fijn meel nemen en daarvan twaalf koeken bakken, je zult ze op twee stapels leggen, voor het aangezicht des Heeren. God wilde de koeken zien, elke week vers. Het getal twaalf werd verbonden met de twaalf stammen van Israël. Zo werd het hele volk voor Gods aangezicht vertegenwoordigd in het besef hoe het volk afhankelijk was van God. Er is niets veranderd. God wil dat wij ook beseffen hoe Hij ons Zijn dagelijkse gaven uit de hemel schenkt. Het gaat om geestelijk voedsel. Voedsel voor ons lichaam is tijdelijk, maar voedsel voor onze geest is eeuwig. Daarom zegt Jezus: ‘Ik ben het Brood des Levens’.
De ark van het verbond met daarop het verzoendeksel in het Heilige der Heiligen: In het Oude Testament mocht de hogepriester een dag per jaar, op de grote verzoendag in het Heilige der Heiligen komen. Het was de Heiligste dag van het hele jaar, de dag waarop vergeving werd gevraagd voor alle zonden. De hogepriester moet dan [een deel] van het bloed van de jonge stier nemen, en met zijn vinger op het verzoendeksel sprenkelen, aan de kant naar het oosten toe. En vóór het verzoendeksel moet hij zeven keer met zijn vinger van dat bloed sprenkelen, (Leviticus 16:14)’ Er wordt onderscheid gemaakt bij de besprenkeling: op het verzoendeksel maar één keer, en voor het verzoendeksel zeven keer. Het heilig getal dat naar een volledige reiniging en verzoening wijst.
We weten dat Jezus Zijn offer heeft gebracht en met Zijn bloed ons heeft gereinigd en alles heeft verzoend. ‘ Jezus nam ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt.’ Daarom vieren wij het Heilige Avondmaal. Vieren betekent feestelijk stilstaan bij een belangrijke gebeurtenis en dan kunnen we dankbaar zijn en blijdschap voelen in ons binnenste
