Hoe merk je dat God  geloof wil geven? Hoe kun je weten dat Jezus aan de deur van je hart klopt? Heel eenvoudig:  Dat weet je omdat het je positief onrustig maakt, je weet instinctief dat Hij verlangt om bij jou binnen te komen. Er ontstaat verlangen, je voelt de vrede. Een mooi voorbeeld is het volgende:  Er was eens een schilder die een schilderij maakte van een huis met stoep en een deur.  Toen iemand het schilderij zag, zei hij:  ‘Je bent vergeten om de knop van de deur te schilderen.   De schilder antwoordde: ‘Nee, ik ben de knop niet vergeten, de knop zit aan de binnenkant. De deur moet aan de binnenkant worden geopend.’ Het geloof zal ons van harte worden gegeven, maar we zullen zelf de deur open moeten doen. De deurknop zit in het binnenste van ons hart.  De voorwerpen uit de tabernakel helpen ons want ieder voorwerp heeft zijn eigen betekenis: 

Het brandofferaltaar: Dit was een heel groot altaar in het eerste gedeelte van de tabernakel,  waarop veel offers kunnen worden gebracht.  God spreekt tot Mozes en God geeft nauwkeurige instructies hoe de offers moeten worden gebracht.  Offers zijn belangrijk voor God, offers maken alles goed tussen God en de mens.  Maar offers van dieren moeten telkens opnieuw worden gebracht en hebben geen blijvende waarde.  Uiteindelijk zorgt God Zelf voor het offer:  Zijn geliefde Zoon. Daarom was het brandofferaltaar belangrijk maar is het kruis zo veel meer belangrijker.  Het is het hart van het evangelie.  God verlangt er naar om het offer van Zijn Zoon te openbaren, om ons het geloof te geven, omdat we beseffen dat we zijn gered en dat we mogen uitstrekken naar Zijn genade.

Het koperen wasvat:  Voordat het glas werd uitgevonden, werden de spiegels gemaakt van koper. In deze koperen spiegels konden vrouwen hun uiterlijk zien.  Desondanks leverden de vrouwen hun koperen spiegels in voor het maken van een wasvat.  Hierin schuilt een diepe betekenis:  Het uiterlijk is niet meer belangrijk, het innerlijk komt op de eerste plaats. De buitenkant is tijdelijk, de binnenkant is eeuwig. ‘Al  gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd (2 Kor. 4:16).’   Maar als we ons willen spiegelen, dan kunnen we beter ons binnenste spiegelen  David bidt in Psalm51: ‘Schep in mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest…’

Ook wij moeten, evenals de Israëlieten,  voor God een heiligdom willen maken waar Hij kan wonen.  ‘Schep in mij een rein hart, met als gevolg dat U in mijn hart kunt wonen en ik in mijn hart met U samen kan komen, om daar alles met U te bespreken.’Het wasvat is het tweede en laatste voorwerp dat in het voorhof staat. Dat betekent niet dat je niet verder kunt. We staan voor de eigenlijke tent, de tabernakel, het Heilige deel. De priesters mochten daar naar binnen gaan, en wij nu ook.  Het zou jammer zijn als we dat niet deden.  Iemand vroeg eens, ‘Staan er ook stoelen in de voorhof?’  Nee, er staan geen stoelen.  Het is geen wachtkamer. 

Het voorhof is de doorgang naar de tabernakel, de plaats waar Gods troon, de ark staat.  Het voorhof is ons geloof op aarde, vol vertrouwen mogen wij Gods Heiligdom binnengaan. God wil dat we verder gaan. Het is volbracht. Het voorhangsel is gescheurd. Nadat Jezus naar de hemel is opgevaren, werd de Heilige Geest naar de aarde gezonden. De Geest blijft totdat Jezus terugkomt op de wolken en wil in onze harten wonen, dichterbij kan God niet wonen.  Onze eigen hart is de ontmoetingsplaats, de woonplaats, met de Heilige God. Mooi hé…