In de eerste brief na de vakantie willen we stilstaan bij de muziekinstrumenten, juist omdat we God groot willen maken. In de Bijbel worden, vooral in de Psalmen, de muziekinstrumenten genoemd.
Snaarinstrumenten: lier, luit en de harp.
De snaarinstrumenten waren het meest gangbaar en werden gebruikt tijdens feesten, in en buiten de tempel, maar ook tijdens rouwmomenten.
De lier is één van de bekendste instrumenten uit de Bijbel. Van David is bekend dat hij heel mooi op de lier kon spelen. Een lier had twee ‘armen’ waartussen de snaren gespannen waren. Daaronder zat de klankkast. De snaren waren gemaakt van de dunne darmen van schapen. Hierdoor had de lier een lichte klank. Lieren hadden tussen de drie en elf snaren, in elk geval minder dan de harp.
‘Zing voor de HEER bij de lier, laat bij de lier uw lied weerklinken. (Ps. 98:5)
De harp wordt in de Bijbel vaak samen met de lier genoemd en had dus meer snaren dan de lier. De snaren waren gemaakt van de dikke darmen van schapen, waardoor de klank laag en luid werd. De harp was boogvormig of driehoekig en werd ook wel bespeeld met een plectrum. De harp werd vooral bespeeld door de Levieten in en rond de tempel, denk maar aan de intocht van de ark van het verbond of bij overwinningsfeesten.
Psalm 33: 2 Huldig de HEER bij de klank van de lier, speel voor Hem op de tienjarige harp
De luit is een drie of viersnarig instrument en bestond uit een kleine ronde klankkast. De luit wordt alleen genoemd in Daniël 3: 10 t/m 17. ‘8 Enkele Chaldeeën namen de gelegenheid te baat om de Judeeërs (Sadrach, Mesach en Abednego) te beschuldigen.9 Zij traden naar voren en zeiden tegen koning Nebukadnessar: ‘Majesteit, leef in eeuwigheid! 10 U hebt bevolen dat iedereen die de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, harp, dubbelfluit en andere instrumenten hoort, op zijn knieën moet neervallen en het gouden beeld moet aanbidden’
Slaginstrumenten: trommel en cimbalen.
De trommel werd weinig gebruikt in en rond de tempel, maar wel vaak in optochten en bij feesten, maar ook als begeleiding bij de zang. Een trommel was gemaakt van de huid van een dier die uitgespannen was over een houten frame. De trommel werd met één hand vastgehouden terwijl men met de andere hand kon slaan. Een trommel met kleine belletjes aan de zijkant is een tamboerijn. Vaak waren het vrouwen die op een tamboerijn sloegen:
Psalm 68:25 Een schouwspel is uw stoet, o God, de stoet van mijn God, mijn koning, naar zijn heiligdom: 26 voorop zangers, daarachter snarenspelers, omstuwd door meisjes met tamboerijnen.
De cimbalen werden altijd in en rond de tempel gebruikt. Een cimbaal bestond uit twee bronzen schotels, de bekkens. De handen van de muzikant moesten door een koord, om zo de bekkens vast te houden. Door ze tegen elkaar te slaan kon een (hard) geluid geproduceerd worden. Er waren grote bekkens, maar ook hele kleintjes, die een hoger en zachter geluid gaven. De cimbalen werden bespeeld door de Levieten, vaak in combinatie met andere instrumenten, bijv. bij de inwijding van de tempel.
2 Kronieken 5:13 ‘op dat moment moesten de blazers en zangers samen muziek ten gehore brengen ter ere van de HEER. Zodra het geluid van de trompetten, cimbalen en andere instrumenten opklonk en de zangers de lofzang voor de HEER aanhieven: ‘Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw,’ vulde de tempel, het huis van de HEER, zich met een wolk.’
Volgende week de blaasinstrumenten en onze eigen stem.
