De komende weken willen we stilstaan bij de tabernakel en vervolgens bij de tempel. Vandaag dl. 1

De tabernakel is een groot wonder en wel om twee redenen.  Ten eerste is deze tent vele jaren de woonplaats van God zelf geweest.  Het was en is nog steeds Gods verlangen om te wonen bij de mensen en het middelpunt te zijn van hun bestaan.  Ten tweede nodigt God de mensen uit om Zijn woning binnen te gaan, om tot Hem te naderen.  En ook dat is nooit veranderd.

In het Nieuwe Testament wordt gezegd dat de tabernakel een afspiegeling is van het hemels Heiligdom. Hebreeën 8: 5  ‘Zij (de  priesters) verrichten hun dienst in wat een afspiegeling, een schaduwbeeld is van het hemelse heiligdom, zoals dat aan Mozes geopenbaard werd toen hij begon met het oprichten van de tabernakel’. 

Door de tabernakel komen we uit bij de woonplaats van God.  De eerste vraag die naar voren komt is:  Kan dat?  Kan God, de Schepper, de Almachtige, de Allerhoogste, de Heiligste wonen te midden van de mensen.  Ja en nee.  Nee, het kan niet zomaar. Daarvoor is God te heilig.  En ja: als er een heiligdom  voor God wordt gebouwd, zodat Hij te midden van mensen kan wonen,  dan kan het wel.   De Israëlieten moeten een heiligdom voor Mij maken, zodat dat Ik te midden van hen kan wonen, (Exodus 25:8) Het zit in het woordje ‘zodat’. Zodat  betekent ‘met als gevolg dat’.  ‘ De Israëlieten moeten een heiligdom voor Mij maken, met als gevolg dat Ik te midden van hen kan wonen’. De tabernakel werd gebouwd en toen de tabernakel klaar was ging God bij de mensen wonen.  De wolk bedekte de tent en ging naar binnen op de plaats waar de ark stond.  Daar raakte de hemel de aarde. God zei tegen Mozes: ‘Ik zal dáár met u samenkomen, en over alles met u spreken.’  Vervolgens woont God te midden van Zijn volk, in de tabernakel.

Als een Israëliet op weg was naar de tabernakel en hij kwam van de zuidkant dan zag hij wel de wolk van God, maar hij stuitte op een witte muur van 2,5 m hoog en 50 m breed.   Als hij naar de westkant liep, zag hij dezelfde witte muur, 25 m breed,  liep hij naar de noordkant, zag hij weer de witte muur van 50 m breed.  Om moedeloos van te worden:  een omheining met een omtrek van 150 m,  maar als hij naar de oostkant liep zag hij daar een toegang, een poort.  De poort is een onderdeel van de omheining, en hoe groot is de vreugde van een open poort. Maar hoe kan een mens wel niet opbotsen tegen een muur, zo hoog, zo breed, dat je het gevoel hebt dat je niet bij God kan komen.

Een mooi voorbeeld is Zacheüs, de tollenaar, die voor de Romeinen belasting inde. Maar hij verlangde wel naar Jezus. Toen Jezus in Jericho kwam, wilde hij zien wie Jezus was, maar hij was klein, en de mensen waren ook niet welwillend om Zacheüs een plekje vooraan te geven. Maar wie sterk naar  Jezus verlangt laat zich door niets tegenhouden.  Zacheüs klimt in een boom, en dan gebeurt het wonder van Gods genade. ‘Toen Jezus daarlangs kwam, keek Hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis verblijven.’    Jezus zegt niet eens dat Zacheüs zich moet bekeren, want als Jezus echt in je leven komt, dan kun je niet onbekeerd blijven. De muur is weg tussen Jezus en Zacheüs, en Jezus zegt:  Heden is aan dit huis redding geschonken.  

Jezus heeft gezegd: ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij.  Ik ben de deur.’ In iedere muur, die een mens bewust of onbewust bouwt, is Jezus de deur of anders gezegd de poort.  Het is een enge poort is, we zullen diep moeten bukken en ons zelf klein moeten maken. Eng betekent hier: wedergeboorte. We komen Gods wereld binnen, Zijn woonplaats en dát is Zijn verlangen en de onze ook!